OPVON opvoedingsondersteuning José Sagasser
Ouders zien vrijen
Het ondenkbare is gisteren gebeurd. Terwijl mijn man en ik aan het vrijen waren zijn we betrapt door ons 3,5 jarig zoontje. We weten niet hoeveel hij gezien heeft. We weten wel dat hij geschrokken is. Probleem is nu dat we niet goed weten hoe we deze situatie moeten aanpakken. Moeten we er met hem over praten of niet? En wat moeten we zeggen?
Kinderen van 3,5 jaar hebben natuurlijk nog geen notie van wat hun ouders ’s nachts kunnen uitvoeren. Ze verwachten gewoon dat ze lekker bij je in bed kunnen stappen wanneer ze naar hebben gedroomd of om een andere reden zijn wakker geworden. Dat je zoontje van jullie geschrokken is, is dus heel begrijpelijk. Hij heeft daar absoluut een juiste uitleg voor nodig, want anders gaat zijn fantasie met hem op de loop. Bij kinderen van zijn leeftijd lopen fantasie en werkelijkheid nog zo dicht naast elkaar, dat ze soms ook wat door elkaar heenlopen. Dat kan betekenen dat je zoontje een verklaring kan gaan fantaseren en die meteen ook voor waarheid kan aannemen. Zo’n verklaring kan variëren van ‘er lag een draak bij mama in bed’ tot ‘papa en mama hebben gevochten’ of ‘het spookt bij papa en mama’. Het kan zelfs zijn dat je zoontje denkt dat het met hemzelf te maken heeft. Kinderen zetten zichzelf nogal eens centraal in fantasieën.
Hij kan dan gaan denken: ‘Mama wilde mij aan het schrikken maken’ of ‘papa en mama willen niet dat ik bij hun kom slapen en daarom maken ze zoveel lawaai’. Al dit soort fantasieën maken de ouderlijke slaapkamer natuurlijk niet meer zo heel veilig, en dat is juist wat je waarschijnlijk niet wilt. Daarom is het belangrijk dat je op een rustig moment even samen gaat praten. Ga lekker samen op de bank zitten bijvoorbeeld en zeg een beetje tussen neus en lippen door: ‘Weet je nog dat jij bij papa en mama binnen kwam die nacht? En dat je zo schrok?’ Het kan zijn dat je kind meteen inhaakt maar misschien doet hij ook net of hij van niets weet. Laat dat je niet tegenhouden. Het kan zijn dat je kind wel degelijk moet denken aan die nacht maar er eventjes niets over durft te zeggen. Praat dus gewoon door en leg het uit in kindertermen: ‘Soms vinden papa en mama het gewoon heel fijn om met elkaar te zoenen en te vrijen ’s nachts. Dat doen papa’s en mama’s wel eens. En dan maken we soms wel een beetje herrie. Dat hoorde jij ook wel hè? Soms lijkt het net of we boos zijn, maar dat is helemaal niet zo. We hebben juist veel plezier. We zijn eigenlijk samen aan het spelen. Net als jij wel eens doet als je speelt. Dan maak je ook wel eens herrie.’
Je kunt eventueel toevoegen dat vrijen bedoelt is om kinderen te maken, vooral als je daar al eens eerder over verteld hebt. Dan wordt het voor je zoontje wat duidelijker. Probeer ook uit te vissen of je zoontje nu bang is om nog op je slaapkamer binnen te komen. Want dan heeft hij daar nog wel geruststelling in nodig. Maak er verder niet teveel woorden over vuil. Maar let op zijn gedrag. Komt hij een volgende keer weer enthousiast jullie slaapkamer binnen, dan is er kennelijk geen barricade opgeworpen en voelt hij zich nog even veilig en prettig in jullie bed. En dat is heel belangrijk natuurlijk.
Nieuw bedje
Ons dochtertje is nu 2 jaar en 3 maanden oud. We hebben er net een zoontje bij gekregen (die is nu 3 weken oud). Onze dochter is voordat ons zoontje kwam al in een juniorbedje gaan slapen. Dat ging 2 tot 3 weken goed, maar toen kreeg ze door hoe ze eruit kon klimmen. Dat doet ze dus elke keer nu en gaat daardoor zeker pas na 1,5 tot 2 uur slapen als wij haar naar bed brengen. Boos worden, lief zijn, dreigen met geen snoepjes de volgende dag (je moet wat…) het helpt allemaal niet want ze gaat er toch weer uit. We hebben ook al geprobeerd haar weer met slaapzakje te laten slapen maar ze gaat er met slaapzak en al ook weer uit. Zijn wij te vroeg begonnen met haar in een groter bedje te leggen? Toch willen wij proberen dit tot een succes te maken anders moeten we weer een kleiner bed zien te regelen. Ik heb wel eens gehoord over een soort riem waarmee je de slaapzak kunt vastmaken aan het bed maar dat klinkt me eigenlijk weer te radicaal, je kind vastbinden. Wat kunnen we gaan proberen?
Ten eerste wil ik graag reageren op die riem waar jullie het over hebben. Ik ben nooit voorstander van het vastbinden van kinderen. Onlangs is ook weer gebleken dat de riem waarmee baby’s in de wieg vastgelegd konden worden ook gevaarlijk was en tot de dood van een baby heeft geleid. Ik zou het jullie dan ook willen afraden je kind vast te leggen. Het is ook juist altijd een probleem met kinderen die druk en actief zijn. Die wil je gaan vastbinden om ze tegen te houden. En juist die kinderen wringen zich dan soms met riem en al in allerlei onmogelijke houdingen waarin ze ook klem kunnen komen te liggen. Niet doen dus wat mij betreft. Ik kan me jullie onrust wel voorstellen. Je hebt met goede bedoelingen een groter bedje voor je kind aangeschaft, waarschijnlijk ook met de gedachte dat de baby dan het kleine bedje kon krijgen. Maar inderdaad vind ik dat jullie daar wat te vroeg mee gestart zijn. Een peuter is nog erg jong om al in zo’n groot bed te liggen. Niet alleen door de afmeting, maar ook door het feit dat zo’n bedje enorm veel meer mogelijkheden tot onderzoek biedt. Ieder kind dat een groter bed krijgt zal die vrijheid proeven en je moet er dan ook sowieso vanuit gaan dat kinderen een week of drie ‘rondrennen’ als ze in een groot bed mogen gaan slapen. Het is een onderdeel van hun ontdekkingsdrang. Als ze eenmaal in de gaten hebben dat het rondrennen verder niets bijzonders oplevert gaan ze vanzelf hun nieuwe bed wel in om te gaan slapen. Maar dan heb ik het wel over kinderen die al tegen de vier jaar lopen. Jongere kinderen zullen in extremere mate de grenzen gaan verkennen. Dat komt omdat peuters steeds meer en meer willen, dus ook meer en meer vrijheid en ruimte. Dat kan ten eerste tot gevaarlijke situaties leiden als ze bijvoorbeeld over hekjes op de overloop dreigen te gaan klimmen, of op kamers komen waar spullen staan waar ze niet aan mogen komen. Maar het kan ook tot een eindeloze vorm van aandacht geven leiden. En als ze dat eenmaal in de gaten krijgen stoppen ze helemaal niet meer met rondrennen. Ik doet daarmee op je eigen reactie als je je kind boven hoort. Vaak ga je dan een hele reeks dingen ondernemen. Zoals je zelf al zei: mopperen, lief zijn, dreigen met straf… en al die aandacht is voor een peuter weer zo spannend dat hij niet zal stoppen met zijn gedrag. Wil je niet meer ‘terug’ naar een klein peuterbedje, dan is het van belang dat je een heel duidelijke structuur gaat aanbieden, waarbij je de ruimte tot rondrennen zo klein mogelijk maakt. Je kunt dat doen door steeds zelf terug te komen bij je kind, bijvoorbeeld al heel snel. Je doet de deur dicht na het bedtijdritueel en dan doe je hem vrijwel meteen weer open voor een nachtkus. Dan doe je hem weer dicht en wacht je tien tellen en doe je hem weer open voor een aai over de bol. Dan loop je weer weg en wacht je twintig tellen etc. Op die manier leer je je kind voortdurend: jij hoeft niet uit bed te komen, want ik kom naar jou toe. Het heeft wel een lange adem nodig… Overigens heb ik het nog niet gehad over een laatste reden waarom een groter bed op jonge leeftijd minder geschikt is. En dat is het feit dat het kleine bedje voor een peuter vaak een heel veilige haven is. De afgesloten ruimte is net zo klein dat het prettig en overzichtelijk is. Juist als er een baby bijkomt is het voor een peuter soms fijn om het eigen bedje niet af te hoeven staan. Er kan dan namelijk ook nog jaloezie een rol gaan spelen. De baby heeft nu mijn bed en dat wil ik niet, dus ga ik uit mijn nieuwe bed lopen, want dat vind ik niet leuk… als deze gedachte bij jullie peuter een rol speelt, dan kan het extra lastig zijn om het nieuwe bed aantrekkelijk genoeg te maken om je kind er in te laten slapen. In dat geval raad ik je aan óf te besluiten het bedje alsnog te retourneren (het gaat dan om het eigen bed, niet om een willekeurig ander ledikant), óf voorlopig naast je kind te gaan slapen als hij in zijn nieuwe bed ligt. Jouw aanwezigheid kan er dan voor zorgen dat de veiligheid terugkeert. Doe dit dan zeker een dag of tien. De methode heeft meteen als voordeel dat een peuter minder snel uit bed klimt. Mama of papa ligt er tenslotte naast.
Uit bed klauteren
Ons zoontje van 2 jaar en 3 maanden klimt inmiddels zijn ledikantje uit en gaat dan heel hard voor de deur staan huilen. Aangezien we de klinken omhoog hebben gezet kan hij nog niet zelf de deur open maken. We leggen hem iedere keer terug in zijn bedje zonder veel woorden te gebruiken. Vanavond klom hij er toch zeker een keertje of 8 uit voordat hij eindelijk bleef liggen. Vraag is eigenlijk gewoon hoe we het beste kunnen reageren.
Het zal niet lang meer duren en dan maakt jullie zoontje de klinken ook open als ze omhoog staan. Want zo zijn peuters, ze gaan grenzen over en proberen alles uit. Hem tegen proberen te houden zal dus niet de oplossing van jullie probleem zijn. Wat je wél kunt doen is hem duidelijk maken dat er een bepaalde aanpak volgt ’s nachts. En dat die altijd hetzelfde is. Die aanpak moet zodanig zijn dat de noodzaak om uit bed te klimmen bij je zoontje verdwijnt. Dat geeft in het begin veel werk. Maar het zal zich wel lonen. Wat je kunt doen is in principe heel simpel. Je past de kiekeboe-methode toe, die gebaseerd is op het kiekeboe-effect van de spelletjes. Je bent even weg, en je komt weer terug. Je bent weer even weg en je komt weer terug. Elke keer als je weg bent schrikt je kind even, maar omdat je steeds terug komt leert je kind dat hij rustig kan afwachten. Alles is veilig en papa en mama komen als je ze nodig hebt. Wil je peuter dus leren dat hij niet uit zijn bedje moet komen, dan zul je hem heel vaak het kiekeboe-effect moeten laten meemaken. Ik raad in dit soort situaties altijd aan om in het begin de tijdspanne zó kort te maken, dat je kind bij wijze van spreken nog niet eens bedacht heeft om uit bed te klimmen als je weer terug komt. Dus bouw het rustig op. Begin met het bedtijdritueel, en loop dan de deur uit. Doe de deur dicht. En… doe hem meteen weer open. Zeg dan welterusten, geef een aai over de bol en zeg dat je zo weer terug komt. Ga de deur weer uit, wacht twee tellen met een dichte deur en ga de deur weer in en herhaal het ritueel. Je blijft steeds langer weg, net als bij het kiekeboespelletje. Zo leert je kind vertrouwen op je aanwezigheid en je terugkomst. En dat is waar het bij hem nu om gaat. Het is even afzien, maar het heeft écht effect.