OPVON opvoedingsondersteuning José Sagasser

Tekenen
Wanneer gaat een kind eigenlijk tekenen? Misschien is dat een rare vraag, maar ik vraag me af of ik mijn zoontje van twee moet leren tekenen, of dat hij dat uit zichzelf gaat doen. Welke materialen zijn ook geschikt voor hem?

Dat is helemaal geen rare vraag. Kinderen hoeven niet per se van een volwassene te leren hoe ze moeten tekenen. Maar kinderen moeten wel de gelegenheid krijgen om het tekenen onder de knie te krijgen. Dat betekent dat ze inderdaad materiaal tot hun beschikking moeten hebben, maar ook dat ze de tijd en de ruimte moeten hebben om hun motoriek te oefenen en te ontdekken wat ze met tekenmaterialen kunnen doen. Over het algemeen zie je dat kinderen rond anderhalf, twee jaar de eerste tekeningen gaan maken. Ze doen dat soms met een potlood of pen die ze toevallig in handen hebben. Soms ontstaan dan op kleine notitieblaadjes de eerste krassen en krabbels. Je ziet dat het begin als een zwak lijntje, het lijkt wel per ongeluk gebeurd te zijn. Daarna gaat een kind  bewuster zo’n krabbel zetten, omdat hij heeft ontdekt wat er is gebeurd en dat wil herhalen. In de peutertijd begint een kind op een gegeven moment te ontdekken dat hij ‘iets’ heeft getekend. Driejarigen kunnen dan ineens melden dat ze een poes of auto hebben getekend. Ze ontdekken dus achteraf wat het voorstelt. Jij als volwassene zult misschien de poes of auto niet goed kunnen herkennen, soms is het niet meer dan een  vage driehoek. Maar het is een belangrijke punt in de ontwikkeling. Kinderen gaan steeds gerichter tekenen, en rond het vierde jaar kan een kind vooraf plannen of hij een auto of een boom of poes wil maken. En dan ontstaan ook de zogenaamde kopvoeters. Dat zijn rondjes, met streepjes eraan. Het rondje is het hoofd, de streepjes zijn de armen en benen. Soms zitten er ogen in het rondje, soms ook een navel. Het aardige hiervan is dat een kind het hoofd dus niet los van het lijf tekent. In de kleutertijd worden de tekeningen steeds specifieker en gaan kinderen details tekenen, zoals een navel, knopen, kleren. En ze gaan soms ook letters bij de tekening zetten, bijvoorbeeld de letters van hun eigen naam, al dan niet in spiegelbeeld. Ook gaan kinderen steeds gerichter kleuren gebruiken.
Je kunt je peutertje helpen door hem goed materiaal te geven waarmee hij kan tekenen en kleuren. Hij moet het kunnen vasthouden. Dikke potloden zijn prettig om vast te houden evenals grote kwasten of krijtjes. Wat voor peuters ook een goede start van het tekenen en schilderen is het werken met vingerverf. Gebruik hiervoor grote vellen papier. Behangrollen werken ook goed.
Een belangrijke tip: vraag niet wat je kind aan het maken is, want dan haal je hem volledig uit zijn concentratie. Hij weet waarschijnlijk helemaal niet wat het wordt. Geef ook geen opdracht als ‘maak maar een mooi huis’. Want daarmee wordt de pret van het tekenen verstoord en krijgt je kind een opdracht. Bovendien… wat is mooi?



Peuterpuberteit
peuterpuberteitWat is peuterpubertijd precies?

De peuterpubertijd of peuterpuberteit is de periode waarin een kind een bepaalde ontwikkelingsfase doormaakt, die een klein beetje weg heeft van de gewone puberteit omdat de periode gepaard gaat met heftige emoties en conflicten. In deze periode gaat een klein kind ontdekken dat hij een eigen persoon is met een eigen ‘ik’. Dat woordje gaat het kind ook veel gebruiken. Bovendien ontdekt hij dat hij een eigen wil heeft. Dus hoor je geregeld ‘ik wil’ of ‘ik wil niet’ of ‘nee’. Met al deze uitspraken oefent het kind wat er gebeurt als hij iets wil of juist niet wil. Omdat een kind zich hierdoor nogal eens afzet tegen zijn omgeving werd de periode vroeger vaak de ‘koppigheidfase’ genoemd. Het woord ‘koppig’ wordt tegenwoordig echter niet meer zoveel gebruikt, omdat het een nogal negatieve bijklank heeft. Want de periode van de peuterpuberteit lijkt misschien wel negatief, omdat een kind vaak ‘nee’ roept. Maar in feite is het een heel positieve periode. Een kind leert veel over zichzelf en over wat hij allemaal kan. En hij is aan het ontdekken wat zijn positie in het gezin en in de omgeving daarbuiten is. Hij leert dat er regels en grenzen zijn, en hij kan alleen maar ontdekken wat het belang daarvan is als hij die grenzen probeert te overschrijden. En dat doet een peuter dus voortdurend.     De problemen met de peuterpuberteit ontstaan vaak doordat het voor ouders lastig is te merken dat hun kind -dat voor die tijd misschien heel volgzaam was- zich ineens gaat verzetten. Die overgang kan ook vrij plotseling zijn. Ouders vinden het soms moeilijk om met een boze peuter om te gaan, of met een kind dat alles in de strijd werpt om zijn eigen zin door te zetten. Ze zien het soms als vervelend gedrag in plaats van ‘oefenen’. Een peuter kan ook zó op gaan in zijn geoefen dat je er als ouder horendol van wordt. Peuters hebben ook behoorlijk veel energie, dus ze gaan soms van de ene ‘nee’ meteen over in de andere ‘ik wil’. Het komt ook voor dat een peuter het ene moment heel vrolijk en gezellig is en het volgende ogenblik driftig staat te gillen. Ook dit vertoont vergelijkingen met de puberteit. Echter: er zijn twee grote verschillen tussen de peuterpuberteit en de echte puberteit.    1. Een puber is vaak onredelijk en boos, maar soms valt er best mee te praten. Af en toe lukt het ouders om een gesprek te voeren over regels en grenzen en snapt een puber waar je het over hebt, kan er soms zelfs begrip voor opbrengen en er rekening mee houden. Bij een peuterpuber heb je deze mogelijkheid niet. Je kunt heel goed een gesprek hebben met een peuter, en soms zegt hij op de juiste momenten ‘ja mama’, maar toch ontgaat hem meestal wát je precies hebt gezegd. Je kunt honderd keer uitleggen dat het gevaarlijk is om de straat over te rennen, maar de honderd-en-tiende keer probeert hij het even vrolijk weer. Kinderen leren niet door wat je tegen ze zegt, ze leren door de ervaring die ze krijgen. Je zult dus voortdurend grenzen moeten stellen door je gedrag, en niet door wat je zegt.    2. Een puber kan bijzonder lastig en moeilijk zijn voor zijn ouders, maar hij heeft een heel eigen leven. Hij zit veel op school, bij vrienden, gaat uit ’s avonds en als hij thuis is zit hij veel op zijn kamer. En dat betekent dat je je erg over zijn gedrag kunt opwinden, maar dat je ook geregeld ‘rust’ hebt. Bij een peuter heb je die situatie nauwelijks. Wanneer een peuter thuis is dan moet je ogen in je achterhoofd hebben om in de gaten te houden wat hij doet. En hij komt ook geregeld iets vragen, of heeft op een andere manier je aandacht nodig. En dat maakt de peuterpuberteit tot de vermoeiendste fase in de opvoeding. Ik zeg wel eens: de peuterpuberteit is zwaarder dan de puberteit.

Kindermatras
Hallo, ik heb een zoon van 23 maanden en hij krijgt een ander bed van ons. Zijn er speciale kindermatrassen te koop of waar met je op letten als je een matras gaat kopen van 150 x 70?
 
De maat die je noemt komt mij niet zo bekend voor, maar ik ben geen beddenexpert. Een kinderledikantje is meestal iets kleiner en een gewoon bed vaak weer groter. Maar je kunt hierover uiteraard alle informatie vinden bij een matrasspeciaalzaak. Aan kinder-ledikanten matrasjes worden inderdaad wel eisen gesteld. De dikte moet minimaal 8 centimeter zijn. De matras moet goed passen (niet meer dan 2 centimeter tussen matras en zijwand). Er wordt geen plastic hoes aangeraden, en geen matras met korrels omdat het hoofd erin weg kan zakken. Verder wordt aangeraden rekening te houden met de aankoop van het matras als je kind allergisch is. Daarvoor zijn speciale hoezen in de handel, en ook de matras zelf kan behandeld zijn.
 
Wil je meer weten over de veiligheid van een martras of kinderbed, surf dan naar Consument en Veiligheid www.veiligheid.nl.





meer vragen >>





OVER ONS
info@opvoedingsvragen.nl
© OPVON Opvoedingsvragen
VOLG ONS

LEUKE LINKJES
Kinderkleding